Saturday, October 18, 2008

Werken in Myanmar


"De wind was heel beangstigend, zo sterk en zoveel lawaai, we hoorden bomen afknappen. We wisten dat ons huis ieder moment omver geblazen kon worden, het ging allemaal zo snel. We zijn gaan lopen, in het donker, we zagen bijna niks, de regen was zo hard, en de wind zo krachtig, en onderweg naar het schoolgebouw begon het water sneller en sneller te stijgen. Ik had m'n dochter bij de ene hand, en hield met de ander m'n vrouw vast. We probeerden door te gaan, maar het water was al heel hoog en stroomde hard, en ik kon ze niet meer houden. Ik moest m'n vrouw loslaten om m'n dochtertje met twee handen vast te grijpen..."

Begin Mei trok orkaan Nargis over het zuiden van het land Myanmar, en de chaos en verwoesting was enorm; de gevolgen bizar: 138.000 mensen omgekomen, meegesleurd door wind en water, verdronken, nooit meer terug gevonden. Ontelbare huizen totaal weggevaagd, ja hele dorpen met de grond gelijk gemaakt. Mensen verloren naast geliefden bijna alles: want met het huis gingen de bezittingen, de rijst voorraad voor de komende maanden, boten, beesten, noem maar op. 

Tijdens mijn bezoeken aan de dorpen hoor ik talloze verhalen van mensen die bijna alles kwijt zijn. Het is een onvoorstelbare realiteit. Terwijl er in het westen een "credit-crisis" aan de gang is, moeten mensen hier, temidden van hun dagelijkse gemis van geliefden,  zien te overleven. Ons project helpt daarbij, maar de mensen moeten het natuurlijk met name zelf doen. De omstandigheden waaronder ze nu leven, in kleine hutjes met wat plastic als dak, nauwelijks genoeg schoon drinkwater, en afhankelijk van rijst die door de hulpverlening instanties wordt verstrekt, vallen niet mee. Tegelijkertijd zie je de kracht van deze mensen om toch door te gaan, elke dag weer een stapje verder op weg naar een hernieuwd bestaan.

Sinds een maand werk ik voor World Concern, een Christelijke hulpverlenings organisatie die zich inzet voor noodhulp en wederopbouw. In het begin was het lastig om reis vergunningen te krijgen, maar op dit moment kunnen we ons werk goed doen. We werken we er met een team van 10 buitenlanders en ruim 70 medewerkers van het land zelf. Ik zorg voor de programma coordinatie. Het is een hele uitdaging, maar gaat best goed. Ik verblijf daarvoor in het Delta gebied van de Irriwady rivier, daar waar de verwoesting het grootst is geweest. Als uitvals basis hebben een kantoor in het plaatsje Laputta.

Ons werk bevat allerlei aspecten waarmee we proberen de bevolking te helpen weer een leven op te bouwen. We verstrekken voedsel, drink water (alle oude putten zijn of verloren gegaan, of het water is nu zout). We hebben paketten met huishoudelijke benodigdheden verstrekt, plastic zeil om daken van te maken. Er word begonnen met het herbouwen van huizen en scholen. Er is rijst-zaad verstrekt, dat zout tolerant is, zodat er toch weer zo snel mogelijk geplant kon worden, en de rijst groeit goed. We helpen de vissers weer aan nieuwe boten te komen, en daarbij verstrekken we ook de benodigde visnetten. 

Onvoorstelbaar om te zien hoe er in sommige dorpen helemaal niks meer over is. Zoals op de foto hiernaast te zien is: daar stonden de huizen, nu nog enkel een paar stompjes van palen. 

Om in de dorpen te komen reizen we, hoe kan het ook anders in de delta van de Irriwaddy rivier, per boot. We hebben 1 speedboat, die wordt veel gebruikt, daarmee kom je er in 2 tot 3 uur. En anders gaan we met boten die we ter plekke hebben gehuurd. Dat zijn grotere boten, maar die gaan dus ook een stuk langzamer. Dan ben je zo een dag onderweg. Terwijl we druk zijn met de huidige activiteiten die zich veelal richten op de eerste levensbehoeften van de mensen,  om te overleven, zijn we ook bezig met het plannen maken voor de toekomst. World Concern wil nog in ieder geval een paar jaar in dit gebied werkzaam blijven om bij te kunnen dragen aan duurzame ontwikkeling. Samen met de bevolking zijn we aan het brain stormen hoe het verder moet.